
Op de werkplek, wanneer je met gemengde inktsoorten werkt – oftewel inkt zonder oplosmiddelen naast pigmenten op waterbasis – zorgt het UV-hardend systeem er ofwel voor dat alles volgens plan verloopt, of anders maakt het het proces juist onmogelijk. Een verkeerd spectraalprofiel leidt tot problemen met de hechting aan het oppervlak, of tot een situatie waarin alleen het bovenste laagje hardt, terwijl de onderliggende lagen nog niet volledig zijn gehard. We hebben de voedingsbron en balast van de lamp zo ontworpen dat de controle precies daar is waar het nodig is: om de absorptie van het fotoinitiatorenmiddel te regelen en de juiste dosis te bereiken.
Wat er echt toe doet UV-harden is geen eenvoudig ‘aan/uit’-proces. Het gaat om het leveren van fotonen op een bepaalde golflengte. We gebruiken lampen met hoogspanningskwikdampen, die worden ondersteund door een balast die de stroomsterkte stabiel houdt. Hierdoor blijft de uitgangssterkte van de lamp constant, zelfs wanneer de netspanning varieert. De reflectoren zorgen ervoor dat het spectrum wordt gevormd: er wordt gebruik gemaakt van dichroïsche coatings om de golflengten te bepalen. Hierdoor kan er optimaal worden gehard op een dieper niveau, terwijl er ook snel een harde korst kan worden gevormd op het oppervlak. Je kunt de piekintensiteit en duur van de straling aanpassen, zodat je een gewenste energiedichtheid behaalt – meestal tussen 500 en 1200 mJ/cm², afhankelijk van de dikte en transparantie van de inkt. Op deze manier kun je de responscurve van het fotoinitiatorenmiddel omzetten in een herhalbaar proces.
Belangrijke punten bij de instellingen Bij gemengde inktsoorten is een vast spectraalprofiel altijd een compromis. Met een aanpasbaar spectraalprofiel kun je het profiel aanpassen wanneer je diepere penetratie in een dikke laag nodig hebt. Vervolgens kun je het profiel weer aanpassen om een snelle en efficiënte harding van het oppervlak te bereiken. Hierdoor worden er minder producten afgekeurd vanwege slechte hechting tussen de lagen. Bovendien kan de productiesnelheid worden verhoogd, zonder dat er te veel hitte wordt geproduceerd. De energieverbruik neemt af, omdat de benodigde dosis wordt geleverd zonder dat de lamp te veel wordt belast.
Praktische aspecten die je niet kunt negeren Het aanpassen van het spectraalprofiel vereist dat je de configuratie van de reflectoren en de parameters van de balast aanpast. Plan hier dus rekening mee. Voordat je iets verandert, moet je eerst controleren wat de afmetingen van de lampenhuisjes en de types connectors zijn. Vergeet ook niet dat de levensduur van de lamp beperkt is; de prestaties van de lamp nemen na verloop van tijd af. Daarom moet de lamp worden gecombineerd met een balast die dit compenseert. Controleer ook regelmatig de intensiteit van de straling, elke 500 uur, om te zorgen dat de dosis consistent blijft.